Mooi Gelderland

Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen beschermt en beheert al 80 jaar natuur en cultureel erfgoed, met een deskundig oog voor het verleden en een realistisch oor voor het heden.

 

Cannenburch

Cannenburch

Het kasteel ademt de sfeer van een eeuwenlang bewoond edelmanshuis. De vertrekken zijn in bewoonde sfeer ingericht met een belangrijke collectie meubels, porselein, schilderijen etc. De fraaie ligging, het eeuwenoude muurwerk en de historische inrichting nodigen als vanzelf uit tot een nadere kennismaking.
Informatie over openingstijden, entreeprijzen, adres en route vindt u onder "Het kasteel".

Over de locatie | Geschiedenis

Na Martens dood in 1555 vererfde de Cannenburch aan zijn neef Hendrik van Isendoorn à Blois, die het bouwplan voltooide. Zijn nazaten zouden het kasteel 300 jaar lang bewonen. Elbert van Isendoorn breidde het kasteel in de jaren 1661-1664 aan de westzijde uit, waardoor het zijn oorspronkelijke middeleeuwse omvang herkreeg maar tegelijkertijd de symmetrie van het 16de-eeuwse gebouw verloren ging. Zijn kleinzoon Frederik Johan en diens vrouw Anna Margaretha gravin van Renessse van Elderen moderniseerden het complex rond 1750. Er verrezen twee grote dienstvleugels ter weerszijden van het voorplein, er kwam een nieuwe stenen brug over de gracht vanwaar de nieuwe ingangspartij toegang tot de hal bood. Die werd voorzien van een geschilderde portretreeks van het echtpaar Van Isendoorn-Van Renesse en hun voorouders. Sinds deze ingrepen is er aan de hoofdvorm van de Cannenburch niets wezenlijks veranderd.

Na het kinderloos overlijden van de weduwe van de laatste Van Isendoorn in 1881 werd de fraaie inboedel verkocht en dreigde afbraak van het kasteel. Dit werd voorkomen doordat E. baron Van Lynden kasteel Cannenburch in 1882 aankocht. In 1905 kwam het in handen van mevrouw F.A.F. Cleve-Mollard uit Berlijn. Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Staat der Nederlanden Cannenburch als vijandelijk bezit geconfisqueerd. In 1951 droeg ze het aan Geldersche Kasteelen over. Nog hetzelfde jaar werd kasteel Cannenburch als eerste kasteel van de stichting opengesteld voor het publiek. In de jaren 1975-1981 vond de restauratie plaats.

Na de opening in 1951 voor het publiek is het streven erop gericht geweest het kasteel te tonen als een bewoond edelmanshuis. Alleen dankzij een sindsdien aanzwellende stroom van bruiklenen, schenkingen en legaten is het mogelijk geweest het kasteel in bewoonde sfeer in te richten. Tevens keerden door aankopen en schenkingen meubels en andere objecten uit de oorspronkelijke inboedel na een afwezigheid van honderd jaar naar de Cannenburch terug. Tot deze stukken behoort de doopbeker van Elbert van Isendoorn uit 1601, gemaakt uit een in zilver gevatte kokosnoot. Een opvallend element in de interieurdecoratie is het grote aantal 18de-eeuwse familieportretten dat in de hal en in overige vertrekken is aangebracht. De portretten in de hal zijn als een kwartierstaat met rechts de Van Isendoorns en links de Van Renesses in de fraaie eikenhouten betimmering opgenomen. De eetkamer heeft een 17de-eeuws, met wolken en vogels beschilderd balkenplafond. In de aangrenzende slaapkamer valt een 18de-eeuwse beddennis op, met een bijpassend ledikant.

Al in de 15de eeuw is bij de Cannenburch sprake van een watermolen en een bos, genaamd Vogelhegge. Ten tijde van Marten van Rossem was er een tuinaanleg, compleet met kruidentuin en doolhof, waarvoor boompjes uit Luxemburg moesten overkomen. Het water van de nabijgelegen sprengen en beken is een belangrijk element gebleven, zowel om een molen aan te drijven, als ten behoeve van visvijvers ten noorden van het kasteel, die in de 16de of 17de eeuw zijn gegraven. In het midden van de 17de eeuw besloeg de aanleg ongeveer 6 ha en bestond behalve uit de vijvers uit een hof, een boomgaard en een bos (de Wildbaan). Het stelsel van molenbeken (beken die water voor het waterrad aanvoerden) werd tussen 1660 en 1700 aangelegd. In het parkbos zijn rond 1739 ter verfraaiing drie regelmatige waterkommen gegraven. Gelijktijdig werd in de nieuwe bosaanleg een 1,75 kilometer lange, kaarsrechte middenlaan aangelegd. In de jaren zestig van de 18de eeuw volgden belangrijke verfraaiingen van de tuin, waarvan de cascade achter het kasteel een restant is. Aan het begin van de 19de eeuw zijn de waterkommen door de huidige slingervijvers vervangen. Aan het eind van die eeuw begon de Heidemij hier met forellenkwekerijen, die later naar Emst zijn overgebracht ('t Smallert). Overigens zijn de ingrepen in de 19de eeuw gering geweest, waardoor de oorspronkelijke 17de-eeuwse structuur van het park goed bewaard is gebleven.