Mooi Gelderland

Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen beschermt en beheert al 80 jaar natuur en cultureel erfgoed, met een deskundig oog voor het verleden en een realistisch oor voor het heden.

Schaffelaar

Schaffelaar

Oud landgoed met landhuis in neogotische stijl, parkbos, lanenster en omgrachte grote weide. Verder bouw- en weiland, jongere bospercelen en vochtige heide.

 

Over de locatie | Geschiedenis

De eerste vermelding van een kasteel op deze plek is te vinden op een kaart uit 1568, gemaakt door Christiaan 's Grooten. Aan het eind van de 17de eeuw werd een kunstmatige aftakking van de Esvelderbeek gegraven, die over de Schaffelaar stroomt en uitmondt in de Kleine Barneveldse Beek. De beek was bedoeld voor verversing van de grachten rond het kasteel en voor de visserij. Langs de beek stond ook een papiermolen. Rond 1750 liep er een pad van het dorp recht naar kasteel Schaffelaar. Dit pad splitste zich vlak voor het kasteel in een pad naar het noorden (Voorthuizen) en een naar het oosten (Kootwijk). De karakteristieke 'punt' aan het terrein is op deze padsplitsing terug te voeren. Waarschijnlijk waren deze paden schaapsdriften over de uitgestrekte heide die hier toen lag. Alleen in het noorden van de Schaffelaar is een klein restant van deze natte heide overgebleven.

Het kasteelachtige huis Schaffelaar dateert uit 1852 en valt meteen op door zijn afwijkende vormgeving. Het huis hoort tot de top-100 monumenten van ons land en die status heeft het vooral gekregen omdat het een zeldzaam voorbeeld is van een buitenhuis in neogotische stijl. Het heeft twee voorgangers gehad, die niet op dezelfde plaats stonden. Op het omgrachte weiland achter het huis (de Koeweide) stond in de 16de eeuw al een huis, dat naar de toenmalige bewoners huis Hackfort heette. In 1678 werd dit door huwelijk eigendom van de familie Van Essen, die het huis heeft omgedoopt tot 'Schaffelaar'. Lucas Willem van Essen, heer van Helbergen, Schaffelaar en Abbenbroek bouwde op die plaats in 1767 een nieuw huis met grote dienstgebouwen en een fraaie tuinaanleg. Dit huis heeft maar kort bestaan, omdat het, terwijl het te koop stond, in de winter van 1799/1800 is afgebrand. In de bodem van de Koeweide bevinden zich waarschijnlijk nog de resten van dit huis. In 1808 kocht Jasper Hendrik baron van Zuylen van Nievelt het landgoed, dat in 1828 op zijn gelijknamige neef overging. Deze maakte in 1840 plannen voor een nieuw huis in neoclassicistische stijl. De plannen werden veranderd in een ontwerp voor een huis in neogotische trant. Dat gebeurde in 1852, het jaar waarin Van Zuylen van Nievelt in het huwelijk trad met Jeanne Cornélie barones van Tuyll van Serooskerken. Het nieuwe huis werd ontworpen door A. van Veggel uit 's Hertogenbosch en verrees op een andere plek, 250 meter dichter bij het dorp. Het indrukwekkende huis van rode baksteen is een tot in de kleinste details gecomponeerd kunstwerk dat op de Engelse neogotiek ofwel de neo-Tudor stijl is geïnspireerd. De gevels zijn gedecoreerd met kantelen, hoek- en arkeltorentjes, balustraden, vensteromlijstingen en kozijnen en raamtraceringen van gietijzer.

Inwendig is dezelfde vormentaal gehanteerd. Het gehele interieur (betimmeringen, deuren, trappen, schoorsteenmantels en stucplafonds) is doortrokken van neogotische ornamentiek. De interieurdecoratie is voor een groot deel intact gebleven, hoewel kleurige wandafwerkingen en de glas-in-loodramen ontbreken. De bewaard gebleven ontwerptekeningen geven een goed beeld van verfijningen en detailleringen die niet bewaard zijn gebleven, of soms niet zijn uitgevoerd. Het plafond in de vestibule is het rijkste stucwerkplafond van de Schaffelaar. Met zijn hanggewelfjes wordt dit ook wel een druipsteenplafond genoemd. In de aangrenzende vertrekken aan de linkerkant van het huis is het de bedoeling geweest soortgelijke plafonds te realiseren, maar deze zijn nooit voltooid. De Schaffelaar is van 1977 tot 1979 in opdracht van de gemeente Barneveld gerestaureerd, waarbij onder andere de vanwege instortingsgevaar gesloopte toren werd herbouwd.

In de parkaanleg van de Schaffelaar zijn duidelijk drie periodes herkenbaar. De eerste aanleg, geometrisch van opzet, dateert uit ongeveer 1770 en is vermoedelijk onder Lucas Willem van Essen tot stand gekomen. Deze aanleg vormt nog steeds de hoofdopzet van het park, die in meer dan 200 jaar niet is veranderd. Latere parkontwerpen werden binnen deze hoofdopzet uitgevoerd. Kern van de parkaanleg is het voormalige huis dat op de huidige Koeweide lag. Vanaf dat huis loopt een laan, die bijna een kilometer het landschap in steekt. Aan weerszijden van de laan lagen oorspronkelijk bosvakken en landbouwgronden, afgegrensd door dwarslanen. Bijzondere elementen in het bos zijn een sterrenbos en de bosaanleg in een 'quinconce-verband', een bosverband waarbij de blik het bos ingetrokken wordt. De tweede periode is een aanleg in de vroege landschapsstijl. Dit is het Franse Werk dat waarschijnlijk tussen 1802 en 1832 is aangelegd. Het Papiermakersbeekje werd vergraven tot een stelsel van slingerende vijvers, waaromheen eveneens slingerende paden werden aangelegd. Een gedeelte van de gracht kreeg tevens gebogen oeverlijnen. In 1853 maakten L.P. Zocher en J.D. Zocher jr. in opdracht van Jasper Hendrik van Zuylen van Nievelt een ontwerp voor een park rondom het nieuw gebouwde huis. Dit werd een park in late landschapsstijl, met gebogen bosranden, gebogen wegen en wandelpaden, boom- en heestergroepen en een vijver met grafeiland.

Het gietijzeren toegangshek tot de Schaffelaar is, passend bij het huis, geheel in neogotische stijl uitgevoerd. Voor het overige komt de neogotiek in de bijgebouwen op het landgoed niet voor. In de directe nabijheid van het huis zijn de fundamenten van de oranjerie aanwezig. De oranjerie werd omstreeks 1900 gebouwd en er zijn plannen ontwikkeld voor de herbouw van dit markante, maar inmiddels verdwenen bouwwerk, dat geheel uit gietijzer en glas was opgebouwd. Terzijde van de toegangslaan liggen het koetshuis en een boerderij. Het koetshuis is in neoclassicistische stijl opgetrokken en kwam een jaar na het hoofdhuis, in 1853, gereed. Het interieur heeft nog de oorspronkelijke bestrating en de paardenstal is voorzien van de originele schotten. De traditionele boerderij werd in 1869 gebouwd, wat blijkt uit een gedenksteen in de noordwestgevel. De tuinmanswoning van de Schaffelaar (Stationsweg 22) dateert net als de bijbehorende schuur uit omstreeks 1885 en werd verbouwd in 1926. De witgepleisterde dienstwoning in het bos ligt aan de hoofdas van het landgoed (Wesselseweg 11) en werd aan het eind van de 19de eeuw gebouwd.

In 1967 is het park Schaffelaar gekocht van mevrouw J.L.A. Clifford Kocq van Breugel-barones van Nagell. In 2002 zijn het huis met direct omliggend park, de boerderij en het koetshuis in erfpacht verkregen van de gemeente Barneveld. Daarmee is na 35 jaar de eenheid van landgoed de Schaffelaar weer hersteld.